Andriessen, De Klerk, Verschraegen, Hindemith, Tailleferre e.a.

Geerten van de Wetering
20
August
20:30 uur
Geerten van de Wetering

Geerten van de Wetering studeerde orgel en improvisatie bij Jos van der Kooy en kerkmuziek en koordirectie bij Theo Goedhart aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Tevens studeerde hij politicologie aan de Universiteit Leiden. Na het behalen van zijn mastergraad orgel studeerde hij in Wenen bij Roman Summereder (20e-eeuwse muziek) en Peter Planyavsky (improvisatie). Verdere improvisatielessen volgde hij bij Ansgar Wallenhorst en koordirectielessen bij Wiecher Mandemaker.
Geerten is organist van de Kloosterkerk te Den Haag en dirigent van het Woerdens Kamerkoor.  Daarnaast is hij artistiek adviseur voor Stichting Kunstcentrum Kloosterkerk en bestuurslid van Stichting Orgelstad Leiden. Hij was finalist bij improvisatieconcoursen in Schlägl (O) en Westfalen (D). In 2018 won hij het Internationaal Improvisatieconcours Haarlem. In datzelfde jaar verscheen zijn eerste solo-cd, 1918 – Organ music from a new era, die een beeld geeft van ontwikkelingen in de (orgel)muziek vanaf 1918.

Geerten heeft een breed repertoire met bijzondere interesse voor 20e-eeuwse en hedendaagse muziek en speelde premières van diverse Nederlandse composities. Als solist concerteert hij in binnen- en buitenland, ook werkt hij regelmatig samen met koren en orkesten. Belangrijke elementen binnen zijn repertoire zijn muziek van onderbelichte componisten en bijzondere, zelden uitgevoerde composities. Hij voerde o.a. het complete orgeloeuvre van Paul Hindemith en Anthon van der Horst uit, inclusief werken voor orgel en orkest. Naast het presenteren van het orgel als solo-instrument gaat Geerten graag de combinatie met andere kunstdisciplines aan om het orgel bij een breder publiek bekend te maken.

Programma

Albert de Klerk (1917 – 1998) - Prelude en Fuga (1940)
Hendrik Andriessen (1892 – 1981) - Intermezzo XIX  uit: Intermezzi per organo, seconda raccolta (1942)
Paul Hindemith (1895 – 1963) - Sonate II für Orgel (1937):
Sehr lebhaft - Ruhig bewegt - Fuge: Mäßig bewegt, heiter
Gabriël Verschraegen (1919 – 1981) - Scherzo   uit: Sonate in e (1948)
Geerten van de Wetering (1985) - Improvisatie
Gabriël Verschraegen - Toccata ‘Te Deum’ (1973)
Germaine Tailleferre (1892 – 1983) - Nocturne
Flor Peeters (1903 – 1986) - Suite Modale (opus 43, 1938):
Koraal - Scherzo - Adagio - Toccata

Vlaamse en Nederlandse orgelmuziek staan niet zo vaak op de concertprogramma’s. Het 100e geboortejaar van de Gentse organist-componist Gabriël Verschraegen is de aanleiding om een programma met hoofdzakelijk Vlaamse en Nederlandse muziek te maken. Verschraegen is niet zo bekend bij het grote publiek, maar schreef een behoorlijk aantal orgelwerken. Het speelse Scherzo uit de Sonate in e (derde deel), dat vanavond op het programma staat, is duidelijk beïnvloed door het werk van zijn leermeester, Flor Peeters. De Toccata ‘Te Deum’ is een van zijn laatste werken en ademt een hele andere sfeer; de gregoriaanse Te Deum-melodie is gebruikt als bouwmateriaal voor een toccata.

Flor Peeters is als componist meer bekend. Zijn Suite Modale klinkt tot besluit van het concert. Het eerste werk op het programma is van Albert de Klerk. De familie De Klerk was tijdens de Eerste Wereldoorlog uit Vlaanderen gevlucht naar Nederland. De vader van Albert de Klerk, Jos de Klerk, was bevriend met Flor Peeters. Toen Albert op jonge leeftijd Flor Peeters hoorde concerteren in de St. Bavokerk in Haarlem, besloot hij zijn leven aan het orgel te wijden. Na De Klerks Prelude en Fuga, opgedragen aan Flor Peeters, klinkt een kort, meditatief werk van Hendrik Andriessen. Ook Andriessen speelde als docent een belangrijke rol in De Klerks leven; de twee hadden een nauwe band.
Temidden van deze Vlaamse en Nederlandse componisten, kent het programma een paar uitstapjes: een orgelsonate van tijdgenoot Paul Hindemith, een kort meditatief werk van de Franse componiste Germaine Tailleferre – een van de leden van de Group des Six – en een improvisatie.